Nickel Tailings #34, 1996, Edward Burtynsky
Shades of Sublime
Olite, Noord Spanje, oefenen voor het stierengevecht, 1997
Dit is een verhalende website waar je op eigen tempo doorheen kunt 'scrollen',
Studio Park, 2016, Wageningen Universiteit
bovenin het scherm vind je genummerd de verschillende delen van de presentatie,
Abel Tasman Park, 2016, Nieuw Zeeland
foto en video opnamen door Hin*Roncken, tenzij anders vermeld.
Abel Tasman Park, 2016, Nieuw Zeeland
EEN BEELDVERHAAL
Over een 21e-eeuwse uitleg van sublieme landschapservaringen.
 
 
Woensdag 14 maart 2018 verdedigde Paul Roncken zijn proefschrift ’Shades of Sublime’ in de Aula van Wageningen Universiteit. Paul heeft na 10 jaar onderzoek en ontwerp het oude kader voor schoonheid van het landschap verruild voor sublieme landschappen. 
 
“Omdat,” zo zegt hij “anders het cliché van het landschap de overhand krijgt en Nederland bevriest in valse romantiek met recreërende massa’s en uitgehongerde hekrunderen.”
 
Naast een lijvig boek in het Engels heeft Paul een toegankelijke en verhalende website opgesteld om zijn onderzoek te delen. Zijn werk staat niet op zichzelf maar wordt al door enkele generaties van door hem opgeleide jonge landschapsarchitecten in praktijk gebracht. 
 
Landschapsontwerpen zijn nu nog een luxe product waar veel overheden maar weinig geld voor over hebben terwijl ze er wel mee te koop lopen om woningbouw en vestigingsklimaat duurder mee aan te kunnen bieden. Het sublieme is in de loop van de geschiedenis altijd een breekijzer geweest om menselijk gedrag aan te passen door nieuwe betekenissen van natuur te ontwikkelen. Voor de 21e eeuw zijn dat nieuwe energielandschappen, nieuwe vormen van landbouw als onderdeel van ecosystemen, natuurinclusieve mobiliteit en stedenbouw. Juist voor deze gigantische landschapstransformaties is een subliem breekijzer nodig.
 
Behalve docent, wetenschapper en ontwerper is Paul Roncken provinciaal bouwmeester van de provincie Utrecht, wat hem de gelegenheid geeft om zijn onderzoek zo concreet mogelijk uit te werken in omgevingsvisies.
 
 

Klik hier voor de video van de publieke verdediging en een 14 minuut durende introductie in het Nederlands (vanaf 06:50 in de video).

Klik hier voor de pdf van het gehele boek, in het Engels.

 

Er is veel geschrevenen over het sublieme;
er zijn indrukwekkende kunstwerken aan gewijd;
maar nog veel vaker overkomt het mensen.

 

Het sublieme heeft in de loop van de geschiedenis meer dan één gezicht gekregen. Het is ook in meerdere kringen behandeld en vooral binnen de beslotenheid van deze kringen doorontwikkeld; filosofen onderling, kunstenaars onderling en psychologen onderling.

Dankzij een schilderij van Caspar David Friedrich uit 1818 'Der Wanderer über dem Nebelmeer' is ook het grote publiek bekend geworden met het 'romantisch' sublieme.

 

Een mens alleen op een hoge plek in een ruig landschap, uitkijkend over een zee van nevel.

 

Of uitkijkend over een stad vol wonderen. Of het verwoestend vuur na een rampspoed. Deze verbeelding is sterk omdat het gemakkelijk aangepast kan worden aan het hier en nu.

 

Source: Der Wanderer über dem Nebelmeer, 1818, Caspar David Friedrich
Source: bewerking door Hipponymous, London
Source: bewerking door Sebastian Niedlich (Valentina Tanni, great wall of memes)

Het beeld dat Caspar David Friedrich heeft geschilderd is typisch subliem omdat het tegelijk een lichte angstprikkel geeft en een gevoel van verhevenheid. Een directe ervaring van iets groots.

Het is ook een realistisch beeld. Een berg vinden en beklimmen is inspannend, maar het is een haalbaar vooruitzicht, voor velen van ons.

Het is echter nauwelijks voorstelbaar om de berg bewust te ontwerpen. De natuur biedt dit soort mogelijkheden. Als landschapsarchitect (en dat is mijn beroep) kan ik hooguit een pad ontwerpen dat mensen naar dit uitzichtpunt leidt. Als vormgever van het landschap zou ik me vooral moeten inhouden om niet teveel te willen ontwerpen, omdat ik daarmee het 'sublieme' mogelijk zou verpesten.

Of zoals de eerste zelfbenoemde landschapsarchitect uit de geschiedenis F.L. Olmsted (1902) het formuleerde: goede landschapsarchitectuur is juist een tegenbeweging tegen teveel vormwil:

 

'too much wanting in art'

 

Toch heeft het idee van het sublieme veel invloed gehad op de ontwikkeling van de landschapsarchitectuur. Sinds de achttiende eeuw vormde het samen met 'the beautiful' (het schone) en 'the picturesque' (het schilderachtige) een drieluik waarmee de esthetiek van natuur en landschapservaring kon worden beschreven, en bewust kon worden ontworpen.

Vraag: is het nog wel van deze tijd om van het sublieme te spreken? Is het niet vooral een historische term vanuit een type ervaring die nu nauwelijks meer voorkomt (of we juist doodnormaal vinden)?

Wat is eigenlijk de overgebleven waarde van het sublieme?

 

 

 

Stel, je bent op een plek die niet te bevatten is; door de enorme schaal of door de indrukwekkende dynamiek van water of vogels of wolkenpartijen. Deze ervaring kan onzeker maken en zelfs een lichte angst geven omdat het voelt alsof je overzicht kwijt bent. Je voelt je geen meester over dat moment, over die plek of over de manier waarop je die ervaart.

En toch ervaar je op dat moment iets.

 

 

 

 

Kopergravure, 1755, onbekende maker

 

Op 1 november, dag van Allerheiligen in 1755 schrikt heel Europa op door een ramp van ongekende omvang. De stad Lissabon wordt getroffen door een aardbeving, gevolgd door een tsunami en daarbovenop ook nog een vuurzee.

 

bron: Wikewand, berekende tijd voor de tsunami golven op 1 november 1755

 

Deze gebeurtenis, door moderne historici vergeleken met de holocaust, heeft verlichtingsdenkers aangezet om een andere verklaring te zoeken voor dit onmenselijk lijden.

Niet een goddelijk plan, maar wetmatigheden in de natuur zouden een dergelijk lijden kunnen verklaren.

Het doorgronden van de werking van de natuur zou dit soort rampen in de toekomst kunnen voorkomen.

Vier jaar na de Lissabon ramp (1759) verschijnt het beroemde traktaat: 'On the Sublime and Beautiful' door de van oorsprong Ierse Edmund Burke.

 

 Edmund Burke

Edmund Burke, 1771, door Joshua Reynolds 

 

Edmund Burke, toen nog maar 27 jaar, beschreef met enthousiasme de angstaanjagende, wilde en onoverzichtelijke kant van natuurervaringen.

 

Deze herinneren de mens eraan dat ze een overlevingsinstinct bezit die nodig is om in de eerste plaats mens te zijn; en niet een meer oppervlakkig en geciviliseerde vorm daarvan.

(vrije vertaling)

 

Hij ergerde zich aan de toenemende intellectuele en stadse cultuur om hem heen omdat hiermee een overmoed en een uiterlijke schijn werd verheerlijkt en de mens steeds verder af zou brengen van haar bron en verbondenheid met natuurlijke emoties.

Veel kunstenaars hebben in de eeuw daarop volgend aan zijn oproep gehoor gegeven en samen een oeuvre opgebouwd om het sublieme te verbeelden als een ervaring van 'oer' of 'oorsprong' of een andere vorm van 'aarding'.

Deze werken herinneren de mens aan actieve en nuttige overlevingsinstincten.

Dat zulke ervaringen negatieve emoties op konden roepen, was voor Burke geen bezwaar. Het was eerder een teken van authenticiteit. Juist ‘dissonante’ of ‘negatieve’ ervaringen maken duidelijk dat men een werkelijk invloedrijke ervaring op het spoor was gekomen waarbij iemand weer wakker werd geschud en de neiging naar comfort kon gaan relativeren.

De sublieme ervaring, zoals door Burke beschreven, kan gezien worden als een vorm van therapie; en zoals bij iedere vorm van therapie, is hierin begeleiding nodig, om de therapie heilzaam te maken en niet contraproductief.

Burke stelde daarom een belangrijke begeleidende voorwaarde op die we tot op de dag van vandaag nauwgezet volgen.

 

De sublieme ervaring is alleen dan heilzaam, als deze met een zekere afstand tot de sublieme bron wordt ervaren. We moeten niet daadwerkelijk in gevaar zijn, om het gevoel van angst te kunnen verkennen in onszelf. Alleen met een zekere afstand kunnen we onze ingesleten gedragspatronen reflecteren.

(vrije vertaling)

 

Dit is het kenmerk geworden van het romantisch sublieme: het ondergaan van een ontwakende natuur-ervaring op een veilige afstand.

En precies deze ingesleten vorm van het sublieme moeten we maar weer eens onder de loep nemen.

De historische gewoonte om de sublieme ervaring een afstandelijke plek te geven in onze cultuur is weliswaar krachtig en kunstzinnig; maar tegelijk verzwakt het de sublieme ervaring omdat het de vraag is of deze afstandelijke ervaring genoeg indruk kan maken om de mens te laten ontwaken.

 

Als dat al een werkelijke kracht is van het sublieme...

 

 

 

Het is tegenwoordig bijzonder relevant om natuur- en landschapservaringen als een heilzaam middel te zien voor een gezond leven. Het zou kunnen helpen om een toegenomen ongezonde leefstijl te verbeteren en het zou de waarde van natuur en landschap zelf kunnen vergroten.

Zie bijvoorbeeld hier voor het 'healthy urban living' programma; of hier voor omgevingspsychologisch onderzoek.

 

Echter, de aanname dat natuurervaringen heilzaam zijn is in zekere zin helemaal niet overtuigend, omdat het omgekeerde veel overtuigender is.

 

Trouw 2017

gouverneur van Californië: "natuurbranden het nieuwe normaal"

uit: dagblad Trouw, december 2017

 

 

Sinds de 1755 Lissabon ramp, en meer recent sinds een reeks van indrukwekkende klimaatveranderingen en het opraken van natuurlijke hulpbronnen, is opnieuw een reden ontstaan om een overlevingsinstinct wakker te maken.

 

 

Burtynski

verwoest landschap door Nikkel mijnbouw in Sudbury, Ontario

Nickel Tailings #34, Edward Burtynsky, 1996

 

 

In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de sublieme ervaring zoals Burke die beschreven heeft, op dit moment in de menselijke geschiedenis een dagelijkse realiteit is geworden en veel politieke en economische agenda’s bepaalt. Hoewel niet vanwege de verwachting dat sublieme ervaringen een heilzame of artistieke werking hebben, maar omdat die ervaring daadwerkelijk 'wakker' zou kunnen maken om tot een verandering van gedrag te komen.

Welke vorm van het sublieme maakt wakker en hoe kan één of andere vorm van landschapsarchitectuur hiermee bijdragen tot gedragsveranderingen?

 

 

Olite, Noord Spanje, oefenen voor het stierengevecht, 1997
In mijn onderzoek heb ik zowel oude als nieuwe literatuur bestudeerd vanuit filosofische, artistieke en psychologische tradities. Hierbinnen heb ik een aantal thema's onderscheiden en geconcludeerd dat de sublieme ervaring (1) nog niet als een verklaarbare ervaring is omschreven; en (2) dankzij gerichte ontwerpen en kunstwerken de sublieme ervaring juist in kracht is afgenomen.

 

Door deze voorlopige conclusies is mijn onderzoek op twee sporen gebracht. Het eerste spoor is het verklaren van de sublieme ervaring - in zekere zin dus ver buiten mijn eigen vakgebied als ontwerper; en een tweede spoor door het opnieuw leren ontwerpen volgens een verklaarbare werking van het sublieme.

De twee sporen zijn niet keurig opeenvolgend ontwikkeld, ze hebben elkaar wederzijds beïnvloed in wat tegenwoordig als 'ontwerpend onderzoek' wordt omschreven.

 

eerste spoor:

een anatomie van de sublieme ervaring

 

Voor een helder begrip is het nodig om een onderscheid te maken tussen:

 

het sublieme

de sublieme ervaring

 

‘Het sublieme’ verwijst naar datgene wat de sublieme ervaring veroorzaakt, bijvoorbeeld een specifieke vorm van natuur of een bepaald type kunstwerk. Maar het kan ook beschrijven wat het uiteindelijke effect is van de sublieme ervaring. Bijvoorbeeld de ervaring van respect voor natuurlijke krachten of, zoals eerder besproken, overlevingsinstincten of gevoelens van authenticiteit (‘oer'). ‘Het sublieme’ is daarmee een sterk beladen term waarbij de ervaring zelf mysterieus, normatief of therapeutisch kan zijn.

 

'De sublieme ervaring' beschrijft, ongeacht welk type natuur of kunstwerk, de structuur van de sublieme ervaring.

 

bibliotheek van Basel, kopie van de Peri Hypsous

 

Opvallend is dat in de oudste publicatie nu bekend, er nog helemaal geen sprake is van natuur-ervaringen omdat het sublieme (Hypsous) juist door redevoering en dichtkunst wordt voortgebracht. Pas in de zeventiende eeuw, tijdens de renaissance en het herontdekken van klassieke werken, werd deze oud Romeinse tekst (3e eeuw, de Peri Hypsous) van een auteur genaamd Longinus vertaald en geherinterpreteerd.

In de achttiende eeuw is door Edmund Burke de stap gezet van een ervaring uit de redevoering en de dichtkunst (retoriek) naar directe natuur- en landschapservaring (esthetiek).

 

Dit is geen detail in een lange geschiedenis;

maar een zeer wezenlijke, zelfs revolutionaire sprong.

 

Edmund Burke was er van overtuigd dat een ervaring van Hypsous (letterlijk: verheffing of hoogte) direct in de natuur gevonden kon worden, zonder tussenkomst van een verteller of vertelling. Het direct ervaren van ongerepte natuur, in sterk contrast met het comfortabele stadse leven waar Burke zelf deel van uitmaakte, zou verheffend werken.

 

Mount Cook

Mount Cook, 2016, Nieuw Zeeland

 

Sindsdien is de bron van de sublieme ervaring niet veel meer veranderd; behalve dan, dat naast natuurlijke landschappen tegenwoordig ook industriële en technische landschappen een bron voor dit verheffen kunnen zijn, met name gevoed door moderne Amerikaanse landschappen of snelwegen en tegenwoordig ook de beleving van internet.

Vrijwel alle kennis over de stappen die doorlopen worden tijdens een sublieme ervaring zit verborgen in slechts een handvol teksten waarin een poging is gedaan om de ervaring als een anatomische les uiteen te rafelen. De meest eenduidige variant hiervan is een uitleg in drie stappen, ontwikkeld door een Amerikaans literaire wetenschapper, Thomas Weiskel (1976).

 

Binnen de kring van wetenschappelijk onderzoekers is dit werk aangeduid als 'controversieel', naar mijn idee vooral omdat het verschillende domeinen (literatuurstudie, het scheppen van kunst en psychologie) met elkaar in overeenstemming brengt.

 

crop

Thomas Weiskel, 1976

 

STAP 1: lichaam en geest verkeren in staat van routine, min of meer onbewust en harmonieus.

Wezenlijk voor het begrijpen van de sublieme ervaring is het ontbreken van dit type ervaring in het alledaagse. Het dagelijks leven wordt grotendeels bepaald door routine in gedrag en handelen. Als deze routine wordt verbroken of dreigt te verbreken, treedt er instinctief een razendsnel proces van herstel op.

Ieder onderzoek naar het sublieme wordt in zekere zin gespiegeld door een onderzoek naar alledaagse routine. De rol van ontwerp hierin is groot. Ontwerpen is gericht op het vergroten van onbewuste routines om het leven aangenamer, comfortabeler en daarmee minder subliem te maken. Beeldende kunst daarentegen, staat er meer om bekend om patronen bewust te willen doorbreken.

 

 

STAP 2: de routine wordt fors doorbroken

Het breken van de routine is tevens de start van de sublieme ervaring. Het breken ervan ervaar je welliswaar bewust maar het is tegelijk ook onvrijwillig. Het overkomt je en overvalt je.

Waar in de Romeinse tijd een redevoering het middel was om toehoorders mee te nemen tot aan een moment van het 'breken' van een dominante gedachtevoering of denk-routine; zo werd dit in de achttiende eeuw in toenemende mate gewantrouwd. Politici en cultuurcritici hadden volgens Edmund Burke teveel invloed op denkpatronen en smaakontwikkeling. Juist de onvoorspelbare en alomvattende ervaring van bepaalde vormen van natuur, zouden een mens mee kunnen voeren naar meer oorspronkelijke drijfveren en persoonlijke ambities; los van de gevestigde orde (in mijn onderzoek aangeduid als sensational drift).

 

Het breken met een ervaringsroutine zorgt voor een onderscheid tussen de ervaring van een, voor even, niet te bevatten buitenwereld en een plotselinge vergroting van het bewustzijn van een innerlijk of mentaal beeld daarvan: een binnenwereld.

 

De ervaring dat de buitenwereld (sense of place) niet wordt gereflecteerd door een passende ervaring vanuit de binnenwereld maakt alert of zorgt voor een leegte. Tegelijk hiermee is het nadrukkelijk ervaren van een normaal onbewust aangestuurde binnenwereld (sense of self), op zichzelf al aanleiding voor een tweede schokervaring of 'peak experience' (piekervaring).

Beide vormen van ervaren, die enerzijds alertheid of leegte en anderzijds schok of een piekervaring op kunnen roepen bestaan voor even naast elkaar en sluiten niet op elkaar aan. Het naast elkaar aanwezig zijn van deze twee ervaringsvormen heb ik in mijn onderzoek aangeduid als een 'dubbele beweging' (double movement).

 

De eerste beweging is een vergroten van de afstand tussen binnenwereld en buitenwereld, waardoor de buitenwereld los van de persoon lijkt te staan en daardoor in schaal en intensiteit kan lijken te groeien. De tweede beweging is een instinctieve reactie naar binnen, gericht op de eigen binnenwereld die echter vreemd aandoet omdat men hier normaal gesproken geen directe ervaring van heeft.

 

Vanzelfsprekend kan dit voor sommigen een ronduit beangstigende ervaring zijn. Voor anderen werkt het echter juist bevrijdend. Dit verschil in kleuring zal later nog worden uitgewerkt in verschillende vormen van het sublieme.

 

 

STAP 3: vitale hernieuwing door de aansluiting van de twee vormen van 'sensing' of 'ervaren'.

Direct na de tweede stap, die het menselijk ervaring als het ware splijt, is de derde stap gericht op een herstel. Het opnieuw afstemmen van een ‘sense of place’ en een ‘sense of self’ vraagt om een bijzondere vorm van creativiteit en verbeelding.

Rond deze laatste stap bestaan grote verschillen in interpretatie.

 

Longinus (3e eeuw) benadrukte de mogelijkheid om tijdens een redevoering het publiek de ruimte te geven voor het invullen vanuit ieders eigen perspectief. Hij heeft deze ruimte aangeduid als 'the flaw' (de weeffout). Een groot verteller zou in staat moeten zijn de ervaringsroutine van een publiek te breken (eerste beweging), daarna gelegenheid te geven aan ieder individu in het publiek om de eigen binnenwereld te verkennen (tweede beweging), om ten slotte het verhaal of betoog open te stellen voor een verbinding vanuit ieders eigen (en zojuist nog ervaren) persoonlijke beweegredenen. Deze vorm van creativiteit benadrukt het vergroten van betrokkenheid van de toehoorders. Het is een participerende vorm die volgens Longinus sterkt bijdraagt tot het vormen van grote culturen en eendracht (juist gegrond in persoonlijke uniciteit).

 

Edmund Burke (1729-1797) daarentegen, benadrukte een andere vorm van creativiteit. Minder participatief en meer als een spiegel om eigen drijfveren mee te vergelijken. Het direct ervaren van de superieure en ontnuchterende kwaliteit van de natuur zou, vergeleken bij het ervaren van de binnenwereld (sense of self), als een slijpsteen werken op de ambities en waarachtigheid van het individu. Vanuit deze nadruk heeft het sublieme een sterk individualistisch karakter verkregen; in zekere zin gericht op de emancipatie van individualistische motieven.

 

Immanuel Kant (1724-1804) benadrukte de wetenschappelijke onjuistheid van de sublieme ervaring omdat deze zomaar de binnenwereld voorrang gaf terwijl er (destijds) nog zo weinig begrip bestond over de buitenwereld. Voor hem was de ramp in Lissabon in 1755 juist een aanleiding om nauwgezet en empirisch onderbouwd te beschrijven hoe stormen en aardbevingen konden ontstaan. Hij wantrouwde de sublieme ervaring als een middel om tot kennis en eendracht te komen en noemde het een 'subreptie', een onjuiste aanname op basis van emotionele driften; een overblijfsel uit een tijd van bijgeloof. Wel zou de sublieme ervaring volgens Kant een respect oproepen voor de (nog) onbegrijpelijke 'buitenwereld' en daarmee borg staan voor een 'morele wetmatigheid'. Hiermee verplaatste de idee van het sublieme zich van het 'esthetisch' naar het ethisch domein.

 

Kant

Immanuel Kant, 1790, onbekende schilder

 

Merkwaardig of niet, juist de interpretatie van het sublieme door Immanuel Kant domineert de historische bronnen. Kant zag gevaar en een moreel appèl, waar Burke emancipatoire bevrijding zag en Longinus een middel om een eendrachtige en participerende cultuur te ontwikkelen. Zo zag ieder van hen een kant van de sublieme ervaring, die correspondeerde met de historische tijding. Het betwijfelen van Kant's werk is binnen wetenschappelijke kringen not-done omdat het begrijpen van Kant überhaupt maar weinigen goed afgaat. Door deze impasse is het idee van het sublieme niet meer fundamenteel bijgesteld. Al ruim 200 jaar niet meer.

 

Tijdens mijn onderzoek heeft deze analyse mij op een geheel ander spoor gebracht. Het terugkerend patroon in de geschiedenis waarmee het sublieme verschijnt en opnieuw op waarde wordt ingeschat is verbonden met grote thema's zoals cultuurvorming, individuele emancipatie en een normatief besef. En opnieuw wachten er in de 21e eeuw vergelijkbaar grote thema's op een verhelderend kader. De grootsheid van het sublieme is verbonden met de behoefte van een cultuur aan grootse veranderingen. Dit verklaart ook de kleine opleving aan recente literatuur over de waarde van het sublieme in onze tijd. Maar in geen van deze recente publicaties wordt 'de sublieme ervaring', in de vorm van een anatomische les onderzocht.

Telkens wordt 'het sublieme' aangehaald zoals beschreven door Longinus, Burke en Kant. En telkens wordt beschreven hoe conflictueus deze interpretaties zijn. De enige weg uit dit doolhof lijkt te zijn: kiezen voor de ene of de andere interpretatie.

 

Mijn hypothese echter, gaat uit van het naast elkaar bestaan van deze verschillende interpretaties waarbij creativiteit en verbeelding hoe dan ook van invloed zijn. De veelvormigheid (pluriformiteit) van het sublieme bepaalt het hedendaags kader. In totaal heb ik daarom zes vormen van het sublieme kunnen onderbouwen en herleiden:

Six Shades of Sublime - zes tinten van het sublieme

Vier basisvormen die sterk verband houden met motieven die we kennen uit het historisch oeuvre in zowel kunst als toegepast ontwerp; en twee bijzondere ervaringsvormen die vooral herkenbaar zijn in niet-Westerse wetenschap. Deze laatste twee heb ik onderbouwd vanuit het Boeddhisme.

 

 

 

In de onderstaande drie video's wordt uitgelegd wat de verschillen zijn tussen de zes vormen van de sublieme ervaring.

Een anatomische les.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

eerste video: leesbare en associeerbare landschapservaringen

 

 

 

 

tweede video: uitleg bij de vier basisvormen

 

 

 

 

derde video: twee boeddhistische vormen

 

 

 

De zes verschillende vormen van de sublieme ervaring kunnen vertaald worden naar zes archetypische landschappen. De onderstaande voorbeelden zijn geselecteerd uit kinderboeken, in de meeste gevallen bekroond om hun illustratieve kwaliteit (sinds 1973: gouden penseel). In kinderboeken zijn illustraties van verschillende typen landschappen krachtig en archetypisch. Uit ruim 200 illustraties heb ik een selectie gemaakt om aan te tonen dat het mogelijk is om zes vormen van sublieme landschappen te verbeelden. Dit heeft geleid tot een publicatie die om praktische redenen niet is opgenomen in het uiteindelijk proefschrift.

klik voor de publicatie hier

 

 

 


1: LEESBAAR LANDSCHAP

legible landscape

Lente, weer heerlijk naar buiten; het meisje beleeft hernieuwde kennismaking in een omgeving die is opgefrist en klopt.
Source: Doen jullie mee, 1993, Shirley Hughes
Een lange tafel met eten in het bos, een bijzondere combinatie van huiselijkheid en avontuur.
Source: Aftrap, 1999, Harmen van Straaten (tekst: Vivian den Hollander)
Van abstract naar figuratief; je wordt als lezer meegenomen in een simpele maar krachtige transformatie.
Source: Iep!, 1997, Joke van Leeuwen
Vol verwachting op de dag van je verjaardag; je leest de omgeving alsof alles om je heen meedoet om het jou naar je zin te maken.
Source: Olifant en de tijdmachine, 1997, Max Velthuijs
De dikke tak voldoet prima als zitplaats en tafel in één; maar blijft tegelijk ook verfrissend baanbrekend en anders aanvoelen.
Source: Pippie Langkous, 1967, Carl Hollander (tekst: Astrid Lindgren)
In het donkere bos toch op je gemak omdat je in een vertrouwde auto met lichten aan, onder een dekentje ligt.
Source: Pluk van de Petteflet, 1971, Fiep Westendorp (tekst: Annie M.G. Schmidt)
Een helder dilemma: een brede rivier oversteken via een koninklijke brug of een onbekende roeiboot binnen handbereik.
Source: De brief voor de koning, 1963, Tonke Dragt
Onderdeel zijn van een bovenwereld van daken, schoorstenen, antennes en schemering; die je wel kent maar zelden zo beleeft.
Source: Minoes, 1970, Carl Hollander (tekst: Annie M.G. Schmidt)
Je bent toeschouwer van een wereld vol bekende onbekendheden.
Source: Wiele, wiele, stap, 1977, Thé Tjong Khing (tekst: Miep Diekmann)
Ook de hond Tungsten is toeschouwer, maar dan van een wereld die vol van mogelijkheden is.
Source: Keepvogel, de uitvinding, 2006, Wouter van Reek

 

 

 

 


 

2: VERWAARLOOSBAAR LANDSCHAP

neglected landscape

Een gevaarlijke deining op groot open water, je hoort niet thuis in deze vreemde en dynamische omgeving.
Source: Een ijsbeer in de tropen, 1987, Hans de Beer
Een moment buiten in de regen, als die regen voor jou eigenlijk geen reden of nut heeft.
Source: Natte voeten, 1998, Jung-Hee Spetter
Verdwaald op een spoor dat lang niet gebruikt is en vijandig aandoet.
Source: Wat hoort Kim daar?, 2007, Helen van Vliet
Een directe en ongemakkelijke confrontatie op een plek aan het water die al even achteraf lijkt te liggen.
Source: Het geheim van de goochelaar, 2008, Saskia Halfmouw (tekst: Anneke Scholtens)
Een lange tocht door een landschap die niets behaaglijks heeft en daarom ook niet bijdraagt aan goede moed.
Source: De wezen van Woesteland, 1997, Margriet Heymans
Verdwaald tussen een hoge boom en een struik, om moedeloos van te worden.
Source: Hokus, Pokus... Plas!, 2000, Harmen van Straaten (tekst: Carry Slee)
De achterkant van een straat waar gespuis huist en muren beklad worden.
Source: Tien stoute katjes, 2000, Jan Jutte (tekst: Mensje van Keulen)
Aangekomen in een chaotische wildernis waar (natuurlijk) een al even wilde woesteling woont (een reus).
Source: De rode prinses, 1987, Fiel van der Veen (tekst: Paul Biegel)
Op doortocht door een omgeving die niet bepaald voor prinsessen is gemaakt; dus dan maar hulp gezocht bij een sterke helper.
Source: De prinses met de lange haren, 1999, Annemarie van Haeringen
Als alles toch over en voorbij is, dan is juist deze plek geschikt om in op te gaan en te verdwijnen.
Source: Het verhaal van de dansende kikker, 1984, Quentin Blake

 

 

 

 

 


 

3: POORT LANDSCHAP

portal landscape

Alles kan mee in dit voertuig naar een andere wereld.
Source: Noach en de ruimteark, 1997, Eamma Chichester Clark (tekst: Laura Cecil)
De boom krijgt gedaante en blijkt goedaardig en vol bijzondere gaven.
Source: Kleine Koen in de tuin, 1986, Elsa Beskow
Een doorgang in een vreemd bos, maar gelukkig is er een kat die raad geeft.
Source: De avonturen van Alice in Wonderland, 1911, Sir John Tenniel (tekst Lewis Carroll)
Een landkaart van een fantastische en onbekend land dat uitnodigt tot ontdekken en het aangaan van avonturen.
Source: Ver voorbij het diepe Woud, 2006, Chris Riddel (tekst: Paul Steward)
Een opgroei moment verbeeld; aangekomen op een open plek.
Source: Vlaamse Sprookjes, 1995, An Candaele (tekst: Maurits de Meijer)
Verschillende ruimtes verscholen ten opzichte van elkaar, alleen de lezer heeft overzicht.
Source: Waar is de taart?, 2004, Thé Tjong Khing
Op de rug van eigenlijk weerzinwekkende gestalten, maar deze jongen is koning over ze en heeft juist grenzeloze lol.
Source: Where the wild things are, 1963, Maurice Sendak
In de krochten van een onderwereld die je niet kent noch voor mogelijk hield; maar je passeert ze vanaf een eigen route (de trap).
Source: Een huis met zeven kamers, 1979, Joke van Leeuwen
Na een ongelooflijke groei van een bonenstaak klim je hoog boven alles uit, ergens naartoe.
Source: Joris en de bonestaak, 1980, Tony Ross
Iedere avond probeert kleine Nemo het paleis van de nachtkoning te bereiken, maar de uitdagingen onderweg nemen hem telkenmale helemaal in beslag.
Source: Little Nemo in Slumberland, 1905-1911, Rick Marchal (tekst Winsor McCay)

 

 

 

 

 


 

4: ANGSTAANJAGEND LANDSCHAP

horrific landscape

Vanuit zijn veilig onderkomen huivert kikker van dingen in de verte.
Source: In het pikkedonker, 2002, Kitty Crowther
Een ontmoeting vol wederzijdse spanning, het kan alle kanten op gaan.
Source: Wolf en Abel, 2004, Alessandra Roberti (tekst: Sergio Lairia)
Verscholen in een bosje waar ook de enge dingen verscholen zitten.
Source: Iep!, 1997, Joke van Leeuwen
Onderweg door een gebied dat vijandig is, dodelijk zelfs.
Source: Haroen en de zee van verhalen, 1999, Paul Birkbeck (tekst: Salman Rushdie)
Bedreigd door het duister, takken als grijpgrage vingers.
Source: Kleine Sofie en Lange Wapper, 1984, Thé Tjong-Khing (tekst: Els Pelgrom)
Ronduit luguber, zeker vanuit dit lage standpunt waarbij alles wordt uitgerekt.
Source: Pinokkio, 1988, Robvero Innocenti (tekst: Carlo Collodi)
In de kleurblindheid van een maanverlichte nacht lijken vormen gestalten te worden.
Source: Grimm, 2005, Charlotte Dematons
Een verstilde ontsnapping uit een slikkerige omgeving.
Source: Sprookjes en vertellingen, 1975, Lidia Postma (tekst: H.C. Andersen)
Groots bos en kleine nestplek voor de uilskuikentjes die niet weten waar hun moeder is.
Source: Uilskuikentjes, 1992, Patrick Benson (tekst: Martin Waddell)
Golven en wolken bedreigen het bootje (onder het uitspreken van een taal die niet te begrijpen is).
Source: Malmok, 1998, Annemarie van Haeringen (tekst: Sjoerd Kuyper)

 

 

 

 

 


 

5: LIMINAAL LANDSCHAP

liminal landscape

Dynamisch en contrastrijk zonder dat het werkelijk iets voorstelt en dus zoveel kan zijn.
Source: Vakantie op een vlot, 2004, Georgien Overwater (tekst: Gerard Tonen)
Zo verzadigd in donker kleurgebruik dat vormen lijken te bewegen en dus continu veranderen.
Source: Held van de twaalf taken, 2000, Harrie Geelen (tekst: Imme Dros)
De vertelling en de tekst sluiten niet geheel op elkaar aan waardoor er veel ruimte is voor eigen interpretatie.
Source: Ik schilder in woorden, 2001, Willemien Min (tekst: Hans Hagen)
Met vrijwel niets toch een landschap gemaakt; vooral door de tekstfragmenten die verhalen over voorbije momenten.
Source: Hoe papa zijn oude tante vermoordde, 1997, Albin Michel
In elkaar overlopende vormen maken een omgeving waarin een figuur zich verstopt (en erin opgaat).
Source: Hide-and-Seek, 1969, Renate Meyer

 

 

 

 

 


 

6: ONPRESENTEERBAAR LANDSCHAP

unpresentable landscape

 

Het Madeliefje
Source: Het Madeliefje, 1975, Lidia Postma (tekst Hand Christian Andersen)

Slechts één beeld is geschikt gebleken om het onpresenteerbaar landschap te vertegenwoordigen. Hier is een fragment uit het sprookje:

 

Het dacht er niet aan dat niemand het daar in het gras zag, en dat het maar een arm, geminacht bloempje was; nee, het was zo tevreden en blij. Het keerde zich naar de zon toe, keek erin en luisterde naar de leeuwerik, die in de lucht zong. Het madeliefje was zo gelukkig of het een grote feestdag was; en toch was het maar een maandag.

 

Een leeuwerik wordt gevangen genomen en een madeliefje komt terecht in dezelfde kooi.

 

Eerst de volgende morgen kwamen de jongens, en toen ze zagen dat de vogel dood was huilden ze, huilden bittere tranen, en groeven een allerliefst graf dat met bloemblaadjes versierd werd. Het dode vogeltje werd in een mooi rood doosje gelegd, een koninklijke begrafenis moest het hebben, dat arme vogeltje. Toen het nog in leven was en zong vergaten zij hem, lieten hem zitten in zijn kooi en aan alles gebrek lijden, maar nu kreeg het praal en veel tranen.

Maar de graszode met het madeliefje werd op de weg in het stof geworpen, niemand dacht aan het bloempje dat toch het meest voor het vogeltje gevoeld had en het zo graag had willen troosten.

 

Het verlangen en de overtuiging van het madeliefje om deelgenoot te zijn van geheel andersoortig leven, is een realisatie die past bij het onpresenteer landschap. Hoewel dit verhaal slechts een voorstadium daarvan verbeeld.

Het alomvattend perspectief van het madeliefje waarmee het zogenaamd levenloze verbonden wordt met het levendige, doet denken aan Japanse Haiku's, die gebruikt worden om een verlichtend besef te beschrijven.

 

Furuikeya

kawazu tobikomu

mizu no oto

 

Bashô 1686

 

 

de oude vijver

een kikker springt

geluid van water

 

onbekende vertaler

 

Kevin Weir, 2012, the flux machine

 

 

Het eerste spoor heeft een aantal nieuwe conclusies opgeleverd.

 

Een belangrijke en misschien zelfs fundamentele conclusie ligt tegelijk voor de hand maar druist ook in tegen een intuïtief begrip van de sublieme ervaring. Historische opeenvolging van de uitleg van de sublieme ervaring laat de invloed zien van sterke beelden, clichés, die een meer bevrijdende werking van de sublieme ervaring vertroebelt.

 

De sublieme ervaring is een activerende vorm van ervaren die door verbeelding ervan in hoge mate in kracht verminderd. Het 'sublieme' zal bij succesvolle verbeelding ervan 'de sublieme ervaring' tegenwerken. Door nadruk te leggen op 'de sublieme ervaring' zal een 'cultureel verzet' nodig zijn, tegen een overheersende en op ingesleten gewoonten gebaseerd cliché (en ontwerpgewoonten) in.

 

Midden jaren negentig van de vorige eeuw werd bijvoorbeeld vanuit de USA gezocht naar nieuwe verbeeldingen voor een 'cultureel verzet' zoals het 'technologisch sublieme'. Waarbij nucleaire krachten, de reis naar de maan maar ook de dominante consumentenmaatschappij werden besproken (bijvoorbeeld David Nye, 1994).

In het afgelopen decennium werd een hedendaagse vorm gezocht in het beschrijven van een betere ecologische verstandhouding met onze leefomgeving (bijvoorbeeld Arnold Heumakers, 2005). Deze interpretatie lijkt te passen bij het bespreken van een nut en noodzaak van een sublieme esthetiek voor natuur en landschap.

Maar zo eenvoudig is dat nog niet. Het is nodig de verbeelding van het sublieme meer te bekritiseren omdat anders de werking ervan minimaal is. Daarvoor is een tweede conclusie nodig:

 

De sublieme ervaring bestaat uit meerdere, geheel van elkaar verschillende type ervaringen die weliswaar bekend voorkomen (in bijvoorbeeld kinderboeken) maar op dit moment geen deel uitmaken van het esthetisch idioom van de landschapsontwerper.

 

Zoals al eerder geconcludeerd, heeft de invloed van het ontwerpen aan landschappen eerder een negatieve bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de sublieme ervaring, dan een stimulerende. Anders dan een romanschrijver, dichter of tegenwoordig filmer of computerspellen maker, wordt de rol van de landschapsontwerper sterk beperkt door een normatief cliché om veilige, wenselijke en in zekere zin gewoonte bevestigende landschappen te ontwikkelen.

En dat terwijl er juist weer zoveel gewoonte verbrekende landschappen zullen gaan ontstaan, zoals onbekende energielandschappen, onbekende vormen van mobiliteit en onbekende vormen van landbouw/natuur versmeltingen.

 

De zes vormen van de sublieme ervaring, die ik vertaald heb naar zes archetypische landschappen, stellen de landschapsontwerper voor een groot dilemma. Kunnen deze landschappen worden aangeboden op een manier die een breuk met ervaringsgewoonten mogelijk maakt (eerste stap in het proces van de sublieme ervaring); en op een manier die toch enige garantie geeft dat deze landschapsontwerpen geen daadwerkelijk gevaar vormen voor de psyche en het lichaam van gebruikers of bezoekers van deze landschappen?

 

 

 

 

Laszlo van der Wal, 2018, Dragon Dance: controlled, high severity fire as an event.
Tweede spoor: nieuwe ontwerpgewoonten aanleren.

 

 

 

Vanaf 2008 hebben jonge landschapsontwerpers in hun afstudeerfase meegewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe ontwerpgewoonten om de sublieme ervaring in al haar facetten te onderzoeken. Vanaf 2011 is hieruit een stroom van publicaties en prijswinnende ontwerpen ontstaan onder de titel 'Landschapsmachines' of 'Landscape Machines' en sinds 2016 onder de titel 'Serious Landscaping'.

 

Voor een overzicht van het ontwerpwerk klik hier.

 

De titel LANDSCHAPS-MACHINE, bestaat uit twee intuïtief tegenstrijdige begrippen (landschap en machine). Het is een uitdrukking van de paradoxale opgave om tot nieuwe sublieme landschappen te komen. Het kan worden opgevat als een opdracht om fundamentele tegenstellingen binnen een levend landschap een eigen plek te geven of te versmelten. Zoals in de video van het prijswinnend project 'The Ems Full Hybrid' goed wordt uitgelegd door Jonas Papenborg en Remco van der Togt.

Voor losse beelden en een beschrijving van dit project, klik hier.

 

De Eems, volle hybride

 

Jonas en Remco bespreken (vanaf 8 minuut en 48 seconden in de video) een verschil ten opzichte van een ontwerptraditie in de parkarchitectuur, waarbij een bepaald type ervaring wordt nagestreefd en vastgelegd door de aanplant van bomen, het graven van watergangen en het sturen van de bezoeker door een verleidelijke structuur van paden. In levende landschappen echter, speelt verandering en onzekerheid een dusdanig grote rol dat je als ontwerper, beheerder en gebruiker/bezoeker van dat landschap meebeweegt.

 

In sublieme landschappen van de 21e eeuw beweegt ervaring mee met een levend landschap, in tegenstelling tot het romantisch ideaal om een landschap om te vormen naar het beeld van een gewenste ervaring.

 

De reden om een landschap als het ware 'levend' te maken is niet puur 'esthetisch', het is tegelijk 'economisch' en 'ecologisch' en 'sociologisch'. Het doorgronden van deze meervoudigheid aan invloedssferen maakt ook dat nieuwe landschapsarchitectuur zich op een meer wetenschappelijke grondslag kan ontwikkelen.

 

Het ontwikkelen van (opnieuw) levende landschappen in de 21e eeuw vindt een meer wetenschappelijke onderbouwing door te streven naar sublieme landschappen met een grotere diversiteit aan betekenissen en waarden dan voorgaande ontwerptradities waarin uiterlijk mooie of recreatief wenselijke landschappen centraal hebben gestaan.

 

Wetenschappelijke onderbouwing van een bepaald optimaal landschap op met name een ecologische grondslag levert de ontwerper juist een argument om een 'beangstigend landschap' voor te stellen ook al heeft dit niet de voorkeur van een lokale of bezoekende gemeenschap. Op welk moment een landschap bijvoorbeeld als een 'poort landschap' of een 'verwaarloosbaar landschap' zal worden ervaren, is op dit moment - en misschien wel blijvend - onvoorspelbaar of in ieder geval 'ritmisch fluctuerend' afhankelijk van tijd en plaats. Maar dankzij de wederzijdse inwerking van natuurlijke processen en doelgerichte ontwerpingrepen is aannemelijk te maken dat deze, en andere, typen landschapservaringen onderdeel uitmaken van het oeuvre van de landschapsontwerper.

 

 

In totaal heb ik een zes principes beschreven voor nieuwe ontwerpgewoonten, concluderend uit het ontwerpend onderzoek aan landschapsmachines. De vier meest aansprekende principes worden hieronder uitgelegd:

 

Het principe van een groter publiek

De definitie van de esthetiek van landschappen verandert als de sublieme ervaring in al haar verschillende verschijningsvormen wordt nagestreefd. Esthetiek beperkt zich in dat geval niet tot het mooie of wenselijke voor een bepaalde menselijke doelgroep; maar verbreedt zich naar al die vormen van landschapsbeleving die 'betekenisvol' zijn voor afwisselend het ene en het andere onderdeel waaruit een landschap bestaat. Een 'verwaarloosbaar of beangstigend landschap' kan in ecologische zin goed zijn voor een bepaalde bodemkwaliteit en dierleven. Deze grote verzameling doelgroepen waaruit een levend landschap bestaat heeft een werktitel nodig om ze bewust mee te nemen in ontwerpprocessen. Mijn voorstel is deze aan te duiden als: 'een groter publiek'.

 

Het principe van serendipiteit

Hoewel landschapsontwerpers zich bewust zijn van de invloed van tijd en verval op hun ontwerpen, blijft toch de vaste architectuur van een ontwerp dominant. Stabiele elementen zoals poort, brug, oever, zichtlijn, lijnvoering en 'landmark' bepalen in de huidige ontwerptraditie de overwegingen tijdens een ontwerpproces, de uitvoering en het beheer. Om een landschap subliem te maken volgens de meervoudige betekenissen voor een groter publiek met bijhorende archetypische landschappen, is ontwerpen aan een 'vitale relatie tussen ontwerp en toeval' (serendipiteit) succesvoller om sublieme variatie te bereiken dan ontwerpen volgens stabiele, architectonische elementen. Eén manier om dit te bereiken is door het ontwerp te laten bepalen door verschillende groeifasen binnen de ontwikkeling van een landschap. Niet het toewerken naar een eindbeeld staat hierbij centraal, maar het anticiperen op de invloed en het ritme van verstoring (voorbeeld: walking wetlands). Een andere manier is het actief inbrengen van toeval tijdens het ontwerpproces, bijvoorbeeld door het aangaan van spelsituaties in teamverband of door het werken met random gegenereerde programma onderdelen tijdens het ontwerpen.

 

Het principe van een Fremdkörper

Omdat een sublieme ervaring pas begint na het doorbreken van een ervaringsgewoonte, verandert daarmee ook een gewoonte om ontwerpen te benaderen. Vrijwel alle ontwerp-theorieën en principes zijn gebaseerd op het goed leren kennen van een doelgroep en het naadloos aansluiten op hun voorkeuren en gewoonten. Het bewust verstoren van menselijke gewoonten maakt de uitgangspositie van de ontwerper binnen een opdracht erg moeilijk. Daarom is naar een meer indirecte en verklaarbare manier gezocht om gewoonten te doorbreken. Deze is gevonden in het principe van verstoring in dynamische ecosystemen. Verstoring verrijkt biodiversiteit door variatie in droogte/hoogwater periodes, of koude/warmte variatie, of migratiepatronen van dieren.

Om een huidig disfunctioneel en verarmd ecosysteem op te waarderen is het juist nodig om een bepaalde mate van verstoring bewust te ontwerpen. In het ontwerp van de 'Eems, volle hybride' is het verstorende element gevonden door de recycling van afgedankte boorplatforms. Door deze geleidelijk aan te brengen in de delta, kan een nieuwe dynamische balans gevonden worden in de Eems. Een gebiedsvreemd element (aangeduid met het uniek Duitse begrip Fremdkörper) levert in dat geval dus een gebiedseigen dynamiek; met bijhorende, gewoonte doorbrekende maar sociaal en economisch herstellende, landschapservaringen voor de mens.

 

Het principe van transformatie van een 'sense of self'

Het bestuderen van het maken van landschappen berust volgens mijn onderzoek op zowel een 'sense of self' als een 'sense of place'. Als landschapsontwerpers een beter begrip willen ontwikkelen op alle mogelijke vormen van landschapservaring, dan zullen zij zich niet alleen moeten bezighouden met het ontwerpen van plekken, maar ook met het beter begrijpen van een gevoel van zelf (sense of place) onder invloed van een 'groter publiek'. Deze studieopdracht benadrukt een serieuze uitdaging voor het aanvullen van kennis en kunde die nodig is voor een breed begrip van esthetiek binnen de landschapsarchitectuur (in mijn onderzoek aangeduid met 'Serious Landscaping').

Vooral omdat hierdoor zowel landschapservaringen bestudeerd kunnen worden waarmee betekenis wordt verrijkt (voor wie of wat?); maar ook betekenis wordt verlaagd (voor wie of wat?). Om te kunnen ontsnappen aan het voorrang geven van betekenis verrijking voor het menselijk deel van landschappen, is 'transformatie' als ervaringsdoel geïntroduceerd. Dankzij landschapsontwerpen kunnen mensen zichzelf transformeren (en niet andersom).

 

Na grootschalige verarming van landschappen in de 20e eeuw, staat het stimuleren van vitale en levende landschappen centraal in de 21e eeuw. Het idee van het sublieme heeft de potentie om hierin een belangrijke leidraad te zijn.

Niet alleen landschappen maar ook mensen zullen zich moeten leren aanpassen. Samen met een groter publiek delen mensen de ervaring van transformatie, wat avontuurlijke interactie en ontdekkingstochten mogelijk zal gaan maken met nieuwe vormen van zingeving en transcendentie.

 

 

 

 

Paul Roncken, februari 2018

Foto: Summerschool over landscape machines, Lincoln Universiteit, Nieuw Zeeland, 2016
Geluidfragment: The Latecomers (Solitude Trilogy), 1969, Glen Gould.
Foto: Summerschool over landscape machines, Lincoln Universiteit, Nieuw Zeeland, 2016
Met grote dank aan mijn promotoren: prof. Adri van den Brink, prof. Erik de Jong en prof. Matthijs Schouten. Alle voormalige studenten binnen het 'landscape machine - ontwerp atelier' en alle collega onderzoekers binnen en buiten Wageningen Universiteit.
Foto: Summerschool over landscape machines, Lincoln Universiteit, Nieuw Zeeland, 2016
video opnamen door Onne Roncken; foto's Hin*Roncken (tenzij anders vermeld); website begeleiding door Soulcreatives
Foto: Summerschool over landscape machines, Lincoln Universiteit, Nieuw Zeeland, 2016
Powered by  Jumpstart Georgia